Segmentale massage
Omstreeks 1900 ontdekte de Engelse neuroloog Dr. H. Head dat er in het menselijk lichaam verbindingen bestaan tussen de inwendige organen en specifieke huidzones, die kenmerkend zijn voor het betreffende orgaan.
Bij afwijkingen aan een orgaan bleek dat er ook vaak afwijkingen in de huid ontstaan. Zo is er door de Engelse arts Dr. J. Mackenzie ook een relatie aangetoond tussen de inwendige organen en bepaalde spieren en beenvliesgedeeltes.
In Duitsland is uitgebreid onderzoek naar deze verschijnselen gedaan door Prof. Dr. K. Hansen en Dr. H. Schliack. Het blijkt dat er in het menselijke lichaam samenhangende structuren bestaan die zijn samengesteld uit:
- een ruggenmergsegment
- een ruggenmergzenuw
- een inwendig orgaan
- één of meer spieren
- één of meer botten
- een huidzone
Deze samenhangende structuur wordt metameer genoemd.
Een kenmerk van een metameer is dat de verschillende onderdelen elkaar kunnen beïnvloeden en de verbindingen tussen de verschillende onderdelen van een metameer worden segmentale relaties genoemd. Een voorbeeld hiervan is het, algemeen bekende, verschijnsel dat bij hartklachten vaak een uitstraling van pijn naar de linkerarm ontstaat. Zo kunnen symptomen van de huid, b.v. roodheid of pijn en spierspanning, een aanwijzing zijn voor de conditie van een metameer.
Huid en spieren zijn toegankelijk voor therapeutische massageprikkels; dit betekent dat alle samenhangende elementen binnen deze metameer door massage beïnvloed kunnen worden. Bij maagklachten bijvoorbeeld, is het vrijwel onmogelijk de maag zelf te masseren; de huidzone en bepaalde spiergroepen die tot deze metameer behoren, waar ook de maag deel van uitmaakt, zijn echter wel te masseren.
